Zwanger

Michelle (31) stelde het bevolkingsonderzoek uit: ‘Na mijn bevalling bleek ik een voorstadium van kanker te hebben’

Michelle (31) stelde het bevolkingsonderzoek uit door haar zwangerschap
Michelle (31) stelde het bevolkingsonderzoek uit door haar zwangerschapprivé
Leestijd 8 minuten
Lees verder onder de advertentie

‘Zes weken na mijn bevalling valt er een envelop op de deurmat. Of nou ja, deurmat. Stukje beton. Want verhuizen en zwanger zijn tegelijk betekent nog weleens wat achterstallig onderhoud, en een deurmat, daar had mijn nesteldrang zich niét aan vergrepen. De envelop is dik en kan gelukkig wel wat hebben. Hij belandt tussen de andere ‘hier moet ik binnenkort even naar kijken’-stapel onder onze salontafel.

Heftige bevalling

Ik ben al druk genoeg met het verwisselen van luiers en het geven van borstvoeding. Blij dat ik het eerste al staand kan doen, want zo gemakkelijk ging de bevalling niet. Mijn baby kwam met de vacuümpomp na 18 uur weeën en een uur persen. De anderhalve liter bloed die ik na de knip verloor, heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat ik in die weken na de bevalling ook nog enige mantelzorg nodig had van mijn partner. Ik moet toegeven, samen douchen heeft wat. Al stond het krukje van Medipoint en mijn lichamelijke staat enige romantiek in de weg.

Toch zit de envelop al die tijd in mijn achterhoofd. Wat als? Wat als er zich iets in mijn lichaam afspeelt waarvan ik geen idee heb? Het is maar een staafje. Gewoon één been op de wc-bril, en doen alsof je een tampon naar binnen brengt. Envelop op de post en klaar. Inderdaad: het bevolkingsonderzoek voor baarmoederhalskanker lag op mij te wachten. Dat had ik eigenlijk al op mijn dertigste moeten doen, maar toen was ik net zwanger.

Zelftest

Het heeft nog twee weken geduurd voordat ik mentaal gezien klaar was om de zelftest uit te voeren. Uiteindelijk stelde het niet veel voor. Natuurlijk stelt het niet veel voor. Met de gedachte ‘misschien heb ik HPV, maar dan weet ik dat in elk geval’, deed ik hem in de grote oranje brievenbus. De uitslag krijg je meestal na twee weken.

Ik knuffelde mijn baby, maakte een foto van zijn eerste lachje en had nog een aantal slapeloze nachten voordat ik de uitslag kreeg. Sneller dan gedacht, na ongeveer een week, viel er opnieuw iets op de deurmat. Inderdaad, een mat deze keer. De klusjes in huis werden weer één voor één langzaam opgepakt. Uitslag? Positief getest op HPV, dus een afspraak maken bij de huisarts voor een ‘officieel’ uitstrijkje.

Lees verder onder de advertentie

Flashbacks

Deze keer werd er niks uitgesteld. Ik had al die jaren het gevoel ‘wat als’, en zou op de barricade staan voor een bevolkingsonderzoek vanaf de leeftijd van 25 jaar. Dus belde ik direct de huisarts. Drie dagen later kon ik terecht.

Waar het zelfonderzoek niks voorstelde, was dit uitstrijkje de hel. Niet om ook maar iemand te ontmoedigen om het onderzoek te ondergaan (doe dit altijd!), maar het staat nog steeds in mijn geheugen gegrift. Lag ik daar, tweeënhalve maand na mijn bevalling, mijn knieën vast te houden omdat een stoel met enkelsteunen ontbrak. De doktersassistente kon mijn baarmoedermond niet vinden en riep ‘even persen, pers, pers’, terwijl ik flashbacks kreeg van mijn bevalling.

Tussen de twee pogingen door kreeg ik de opdracht op en neer te springen, te wiebelen, zodat mijn baarmoedermond misschien wat zou zakken. En vlak voordat ze de bewuste mond toch echt in beeld kreeg, stelde ze de vraag: ‘Ben je wel vaginaal bevallen?’

Die vraag heeft nog dagen in mijn hoofd rondgespookt. En ja, ik heb gegoogeld of je baarmoedermond kan verdwijnen na een helse bevalling. Maar deze vrouw had gewoon niet genoeg ervaring met de eendenbek.

Lees ook: Zenuwachtig voor de eendenbek? Zo maak je het inwendige onderzoek minder spannend

Door naar het ziekenhuis

Opnieuw twee weken wachten, was de boodschap. Maar de brief – op de inmiddels iets minder nieuwe deurmat – is nooit gevallen. In plaats daarvan kreeg ik een telefoontje van een onbekend nummer. Het was de huisarts. Hij vertelde dat ik niet moest schrikken, maar er was PAP3a2 bij mij aangetroffen. Deze uitslag staat voor licht afwijkende cellen en komt vaker voor bij vrouwen. Ik was echt niet de enige in zijn praktijk. Wel moest ik een afspraak maken bij het ziekenhuis, zodat zij de cellen beter konden bekijken.

Dus daar liep ik, door dezelfde gang waar ik ongeveer drie maanden geleden in een rolstoel naar buiten werd gereden met mijn pasgeboren baby op schoot. Mijn benen opnieuw in de beugels, een paar nieuwe handen die mij opnieuw op dezelfde plek aan moesten raken. Een eendenbek, microscoop naar binnen. Arts in opleiding die meekeek op de computer, om mij het getroffen gebied aan te wijzen. En het enige wat ik dacht was: hoe kan zoiets daar nou groeien, op de plek waar mijn baby kort daarvoor doorheen naar buiten is gekomen?

Geen zorgen, zei de gynaecoloog. Misschien een beetje CIN1, hooguit CIN2. Zullen we een berichtje in het portaal plaatsen wanneer de uitslag er is? Het kan best zijn dat je een jaar mag wachten, om te kijken of de cellen zichzelf uiteindelijk hebben opgeruimd. Met een maandverbandje in mijn onderbroek werd ik naar huis gestuurd.

Lees verder onder de advertentie

Bevende handen

Maar ik kreeg geen berichtje in mijn portaal. Twee weken na het kijkonderzoek ging opnieuw de telefoon. De gynaecoloog. Weer diezelfde buikpijn. Het is toch wel goed? Ik heb een baby. Ik wil zijn eerste verjaardag vieren. Hem in de rijlesauto zien wegrijden, met bevende handjes achter het stuur. Die van mij nog klammer, omdat hij de wijde wereld in gaat.

CIN3, bleek de boodschap. Het laatste voorstadium van baarmoederhalskanker. Te behandelen met een soort chemozalf, of een lisexcisie. Dan snijden ze het betreffende stukje weg met een elektrisch verhit metalen lusje. Bij de eerste keuze duurt de behandeling vier maanden en wordt je baarmoederhals gespaard, maar kun je last krijgen van verschillende bijwerkingen. Bij de tweede keuze krijg je een licht verhoogde kans op vroeggeboorte bij een eventueel tweede kind.

Ik ging voor het laatste. Afwijkende cellen in mijn lichaam die zich mogelijk verder kunnen ontwikkelen naar kanker. Een ziekte die je niemand toewenst, maar ook denkt zelf nooit te krijgen. Ik hoop nog steeds dat het nooit aan mijn deur klopt. Niet op mijn deurmat valt. Want dit was dichtbij genoeg.

Lees ook: ‘Sinds mijn ziekte en zijn burn-out zetten we ons gezin op één’

Eindeloze tranen

Vier maanden na mijn bevalling lag ik opnieuw met mijn enkels in de beugels in het ziekenhuis. Tot nu toe hield ik me sterk, de gedachte aan doodgaan had ik naar de achtergrond gedreven. Ook had ik nog geen kraamtranen gehad, na een toch best traumatische bevalling. Maar daar in de stoel, terwijl er weer een nieuw stel handen zich bezighield met mijn geboortekanaal, stroomde alles naar buiten. Ik kon niet ophouden met snikken. Haal het weg, haal alsjeblieft alles weg en laat mijn vagina daarna met rust. Want mijn onderkant had zich inmiddels – bewust of onbewust – omgetoverd tot traumagebied.

Het weefsel is onderzocht, en ook hierbij bleek het om CIN3 te gaan. Geen kanker, gelukkig geen kanker. Dus ik moet blij zijn. En dat ben ik ook. Dankbaar, want ik weet nog amper hoe het is om mama te zijn. Ik wil weten wie mijn kind is en zien hoe hij zich ontwikkelt. Toch blijft er een kleine angst achter. De angst voor een tweede baby (kan dit zonder zorgen?), de angst voor het vervolgonderzoek over zes maanden. Wat als dit, wat als dat?

Lees ook: Kathinka werd onvruchtbaar door baarmoederhalskanker: ‘Als ik geen moeder zou worden, ging ik liever dood’

Op de pauzeknop

Mijn zorgen gaan een halfjaar met vakantie, op de pauzeknop. Waar ik – voordat ik moeder was – alle rampscenario’s al door mijn hoofd had gehad, heb ik daar nu simpelweg de ruimte niet voor. Het zou mij helemaal in beslag nemen. En het enige wat mij op dit moment in beslag mag nemen, zijn de twee kleine vuistjes die naar mijn gezicht grijpen. Het lachende gezichtje, wanneer hij net wakker is en dat van mij ziet. De donshaartjes, kleine teentjes en het nu al grappige karakter dat langzaamaan naar voren komt.

Mijn traumagebied moet de tijd krijgen weer plezier te ervaren. Geen vreemde handen meer, maar alleen die van mij of mijn partner. Want hallo, mijn kind is geweldig. En hij verdient – ooit – een broertje of zusje. Maar bovenal verdient hij twee ouders die hem hopelijk nog jarenlang mogen begeleiden in dit toch al ingewikkelde, leuke, boeiende leven. Vallen en opstaan, maar ook doorgaan. Iets wat ik – zonder het bevolkingsonderzoek – wellicht niet had mogen ervaren.’

Lees verder onder de advertentie

Doe mee aan het bevolkingsonderzoek

Zwanger? Dan kun je niet deelnemen aan het bevolkingsonderzoek, omdat je zwangerschap de uitslag mogelijk beïnvloedt. Maar wist je dat je de reden waarom je niet deelneemt aan het onderzoek op de site van de Rijksoverheid kunt aangeven? Even melden dat je zwanger bent, je uitgerekende datum doorgeven en je krijgt net als Michelle de thuistest zes weken na je bevalling thuisgestuurd.

Delen: