Wat is speciaal onderwijs?
Speciaal onderwijs (so) is ontworpen voor kinderen die bij het leren of in hun gedrag extra ondersteuning en specialistische begeleiding nodig hebben die een reguliere school niet kan bieden. Naast het so voor kinderen in de basisschoolleeftijd is er het speciaal basisonderwijs (sbo) en voor oudere kinderen het voortgezet speciaal onderwijs (vso).
Op een reguliere basisschool gelden wettelijke kerndoelen: dit is de vaste stof die ieder kind aan het eind van groep 8 moet kennen. In het speciaal onderwijs liggen deze kerndoelen anders, waardoor je kind lesstof op maat krijgt. Scholen bepalen zelf hoe ze deze doelen vormgeven. Volgens Lotte Cats, onderwijsdeskundige bij Ouders & Onderwijs, maakt de school voor elke leerling een ontwikkelingsperspectief (opp) aan. Dit persoonlijke plan stelt specifieke doelen voor het kind vast. Hier heb je als ouder inspraak in. Dit plan wordt bovendien elk jaar samen met jullie geëvalueerd en, waar nodig, bijgesteld.
Meer weten: Dit leert een kind op de reguliere basisschool
Het verschil tussen speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs
Speciaal basisonderwijs (sbo) richt zich op kinderen met lichtere ondersteuningsbehoeften, zoals concentratieproblemen of dyslexie. Bij speciaal onderwijs (so) is er sprake van intensievere en specialistischere zorg waarbij de kerndoelen zijn aangepast.
Bij sbo volgt een kind vaak nog de reguliere lesstof in het eigen tempo. Denk aan begeleiding in kleinere groepjes of via specifieke hulpmiddelen. Het ultieme doel bij sbo blijft vaak het soepel doorstromen naar het reguliere voortgezet onderwijs. Kinderen in het speciaal onderwijs stromen daarentegen na de basisschoolleeftijd vaak door naar het speciaal voortgezet onderwijs.
Wanneer is speciaal onderwijs nodig voor jouw kind?
Een stap naar het speciaal onderwijs is aan de orde wanneer een kind structureel vastloopt op een reguliere basisschool of als een handicap of ontwikkelingsachterstand vraagt om zeer gerichte begeleiding. Soms is dit dus al op jonge leeftijd direct duidelijk. Twijfel je over de juiste school voor jouw kind? Bespreek dit dan op het consultatiebureau of met de huisarts. Je kunt ook direct contact opnemen met het samenwerkingsverband in jouw regio; zij kennen het lokale zorgaanbod van scholen het beste.
Het gebeurt ook regelmatig dat een kind al op de basisschool zit en de leraar of jijzelf merkt dat het niet goed gaat. Misschien trekt je kind zich erg terug, heeft het frequente woedeaanvallen of loopt het vast door een ontwikkelingsstoornis. Ga dan altijd in gesprek met de intern begeleider of de zorgcoördinator. Deskundigen observeren vaak eerst in de klas om te kijken of met wat extra hulp de huidige school toch passend blijft. Lukt dit niet? Dan is de school wettelijk verplicht om, samen met het samenwerkingsverband, een geschikte speciaal onderwijs-plek voor je kind te vinden. Mochten jullie er samen niet uitkomen, dan kan een onafhankelijke onderwijsconsulent altijd meedenken.
Lees ook: Wat doet een orthopedagoog bij ontwikkelings- en gedragsproblemen?
De vier clusters in het speciaal onderwijs uitgelegd
Het Nederlandse speciaal onderwijs is onderverdeeld in vier zogeheten clusters, zodat een kind altijd op een plek komt met de juiste zorgexpertise. Alle clusters zijn toegankelijk vanaf vier jaar. De enige uitzondering is cluster 2; hier kunnen jonge kinderen met gehoorproblemen al vanaf drie jaar terecht.
Cluster 1 en 2 (Zintuiglijk en communicatief) Cluster 1 is er voor blinde en slechtziende leerlingen. Cluster 2 richt zich op dove en slechthorende kinderen en kinderen met een ernstige taalontwikkelingsstoornis (TOS). Scholen in beide clusters bieden ook vaak ondersteuning op reguliere scholen, waardoor deze kinderen met de juiste zorg en middelen vaak toch in het reguliere circuit kunnen meedraaien.
Cluster 3 (Lichamelijk en cognitief) Dit cluster is breed opgezet voor leerlingen (van 4 tot 20 jaar) met een lichamelijke of verstandelijke beperking en voor langdurig of chronisch zieke kinderen. Kinderen met een IQ onder de 55 gaan vaak naar zogeheten ZMLK-scholen (zeer moeilijk lerende kinderen). Voor kinderen met een (meervoudige) lichamelijke handicap bestaan Mytyl- of Tyltyl-scholen, waar vaak ook revalidatiezorg op locatie beschikbaar is.
Cluster 4 (Gedrag en ontwikkeling) Kinderen met (ernstige) psychische, psychiatrische of gedragsproblemen horen thuis in cluster 4. Op deze scholen ligt de focus sterk op structuur en sociaal-emotionele ontwikkeling. Kinderen met de zwaarste problematiek krijgen soms een combinatie van dagbehandeling en onderwijs via een pedologisch instituut of een gesloten jeugdinrichting. In sommige gevallen leren kinderen na een tijdje zo goed met hun gedragsproblemen omgaan, dat ze alsnog veilig kunnen terugkeren naar een gewone school.
Speciaal onderwijs via samenwerkingsverband
Als een kind niet naar een reguliere school kan, bekijkt het samenwerkingsverband welke vorm van speciaal onderwijs het beste past. Alle reguliere basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs zijn verplicht aangesloten bij zo’n samenwerkingsverband (SWV). Soms gaan kinderen in een andere regio naar het SO/VSO.
Wat als je kind naar het speciaal onderwijs moet?
Als je denkt dat je kind speciaal onderwijs nodig heeft, kun je zelf op zoek gaan naar een passende school. Elke school heeft een schoolgids waarin informatie staat over de ondersteuning die ze bieden. Bij sommige sbo-, so- en vso-scholen kun je een kennismakingsgesprek aanvragen, al biedt niet iedere school die mogelijkheid. Je meldt je kind schriftelijk aan bij een of meerdere scholen van jouw keuze. De school beslist vervolgens of zij je kind zullen inschrijven.
De school onderzoekt of je kind voldoet aan de eisen voor het speciaal onderwijs. Dit doen ze bijvoorbeeld door te kijken naar de specifieke ondersteuningsbehoefte van je kind en door eerst te toetsen of de huidige school zelf nog passende hulp kan bieden.
De school vraagt een toelaatbaarheidsverklaring (tlv) aan bij het regionale samenwerkingsverband. Twee onafhankelijke deskundigen brengen hierover advies uit, waarna het samenwerkingsverband beslist. Deze verklaring is het bewijs dat je kind recht heeft op een plek in het speciaal onderwijs.
Zit je kind al op een reguliere basisschool? Dan loopt het contact met het samenwerkingsverband via zijn huidige school. Als je de toelaatbaarheidsverklaring hebt, kun je je kind aanmelden voor speciaal onderwijs.
Wat als je als ouder niet wil dat je kind naar het speciaal onderwijs gaat?
Als je hoort dat je kind speciaal onderwijs nodig heeft, kan dat schrikken zijn. De basisschool vindt dat je kind beter op zijn plek is in het speciaal onderwijs, maar daar ben jij het niet mee eens. Misschien ben je zelfs wel kwaad. Hoezo heeft jouw kind speciaal onderwijs nodig? Je wilt niet dat je kind een label opgeplakt krijgt. Ouders kunnen binnen 6 weken na de afgifte van de tlv bezwaar maken.
Als ouder wil je altijd het beste voor je kind. Probeer daarom goed naar de behoeften van je kind te kijken en zet je (eigen) vooroordelen opzij – hoe lastig dat ook kan zijn. Zoek eerst naar praktische informatie en bekijk – eventueel met een onafhankelijke expert – álle keuzemogelijkheden die er zijn, zodat je een goede schoolkeuze voor je kind kan maken.
Speciaal onderwijs cluster 3
Scholen in dit cluster zijn er voor kinderen van 4 en kan tot 20 jaar met:
Een lichamelijke beperking
Een verstandelijke beperking
Een langdurige of chronische ziekte
Kinderen met een verstandelijke beperking gaan naar een ZMLK-school. Dit is een school voor zeer moeilijk lerende kinderen, met een IQ onder de 55. Kinderen met een (meervoudige) lichamelijke handicap gaan naar een Mytyl- of Tyltyl-school. Daar krijgen ze regulier onderwijs in een aangepast tempo, of ZMLK-onderwijs. Daarnaast is er vaak ook revalidatiezorg op de school aanwezig. Voor langdurig zieke kinderen of kinderen met chronische ziekten, zoals reuma of epilepsie, bestaan er scholen met voorzieningen waardoor ze optimaal onderwijs kunnen volgen, in hun eigen tempo.
Speciaal onderwijs cluster 4
Onder dit cluster vallen scholen voor kinderen met (zeer ernstige) gedragsproblemen en psychische/psychiatrische problemen. Er is veel structuur en met name aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.
“Kinderen met zware leer-, gedrags- of emotionele problemen kunnen terecht in een pedagogisch of pedologisch instituut. Zij krijgen daar een combinatie van dagbehandeling en speciaal onderwijs (cluster 4). Vaak is de school direct aan de instelling verbonden. Hetzelfde geldt voor leerplichtige kinderen in een gesloten jeugdinrichting. In beide gevallen verzorgt een regionale school voor speciaal onderwijs de lessen binnen de muren van de instelling.
Bij sommige kinderen verbeteren de gedragsproblemen, en/of ze leren er zo goed mee om te gaan dat ze niet meer passen op het speciaal onderwijs. In dat geval is het advies om terug te gaan naar het reguliere onderwijs.
De emotionele kant van de keuze
Het advies dat je kind naar het speciaal onderwijs moet, komt soms hard aan. Misschien ben je het er in eerste instantie helemaal niet mee eens, word je er boos om of ben je stiekem bang dat je kind voor altijd ‘een label’ krijgt. Het is goed om te weten dat je als ouder binnen zes weken officieel bezwaar kunt maken tegen een tlv-afgifte.
Toch is het raadzaam om, hoe moeilijk ook, je eigen vooroordelen even opzij te schuiven en objectief naar de behoeften van je kind te kijken. Een overstap naar een so-school brengt vaak enorm veel rust. Kleinere klassen, gespecialiseerde docenten en herkenning bij klasgenootjes zorgen er regelmatig voor dat een kind helemaal opbloeit. Praat er vooral over. Websites zoals OuderPeil.nl bieden handige tips en contact met andere ouders die precies hetzelfde hebben meegemaakt.
Vanaf wanneer naar het voortgezet speciaal onderwijs?
Een kind stapt na het basisonderwijs in principe over naar het voortgezet (speciaal) onderwijs. Een leerling mag uiterlijk op het so blijven tot het einde van het schooljaar waarin hij of zij veertien jaar wordt. Eerder doorstromen naar een reguliere of speciale middelbare school is altijd mogelijk, zolang zowel jij als ouder als de leerkrachten vinden dat je kind daar klaar voor is.
Lees ook: Welke soorten basisscholen zijn er, en wat houden ze in?
Bronnen: Rijksoverheid.nl, NJI.nl, OCWincijfers.nl, Onderwijsconsument.nl, Ouderpeil.nl